Maurice van der Meer: ’Vastgoedontwikkelaars en beleggers focussen zich nog te veel op het gewin op de korte termijn’

Duurzaam bouwen:  een tandje  bijschakelen!

Innovatie Centrum Duurzaam Bouwen wil bouw inspireren

Duurzaam bouwen: een tandje bijschakelen!

Duurzaam bouwen. Een prachtig concept dat in de praktijk nog te weinig wordt toegepast, betoogt Maurice van der Meer, directeur van het Innovatie Centrum Duurzaam Bouwen. ‘We moeten de circle of blame doorbreken.’ 

In een inspirerende expositieruimte, gevestigd op het monumentale RDM-terrein in de Rotterdamse haven, toont het Innovatie Centrum Duurzaam Bouwen (ICDuBo) talrijke duurzame bouwconcepten. Van de nieuwste duurzame energieoplossingen tot aan het gebruik van natuurlijke materialen. Het is dé ontmoetingsplaats waar opdrachtgevers, ontwikkelaars en toeleveranciers die naar duurzame bouwoplossingen streven, elkaar vinden.

Het centrum is de verbindende schakel tussen theorie en praktijk, tussen vraag en aanbod. ‘We koppelen overheid, opdrachtgevers, onderwijs, kennisinstellingen, adviseurs en producenten’, legt Maurice van der Meer uit. ‘We vertellen hier namens de producenten wat opdrachtgevers kunnen met de toepassingen die ze hier zien en we proberen hen te verleiden aan de slag te gaan met de duurzame oplossingen die beschikbaar zijn.’ 

Drie P’s

‘Het op een milieubewuste en rendabele wijze ontwikkelen en beheren van een gebouw, rekening houdend met de wensen van de gebruiker en veranderingen in de tijd’, omschrijft Van der Meer het begrip duurzaamheid.’ Duurzaam bouwen is een abstract begrip. Het gaat erom dat we dat begrip te vertalen in concrete oplossingen, zoals we in het ICDubo doen. Dán gaat het leven.’ Volgens Van der Meer draait duurzaam bouwen om de drie P’s van people, planet, profit, ofwel gebruiker, omgeving en geld. ’De kunst is het midden te vinden. Een perfect geïsoleerd gebouw zonder ramen en ventilatie is wellicht goed voor het milieu, maar biedt de gebruiker geen enkel comfort.’ 

Trendsettend
In juni dit jaar is het centrum een jaar open en steeds meer stakeholders in de bouw weten de weg naar ICDuBo te vinden. Er is veel interesse bij gemeenten die zich informeren over duurzame herontwikkeling, maar ook woningbouwcorporaties brengen frequent een bezoek. Daaruit blijkt dat nut en noodzaak van duurzaam bouwen goed zijn doorgedrongen in de bouwbranche, vindt Van der Meer. ‘Maar tegelijk mag het nog wel een onsje méér zijn. We doen in Nederland wat de wet van ons verlangt, maar we mogen best een tandje bijschakelen. Waarom lopen we internationaal gezien niet voorop in verduurzaming? Waarom zijn we niet trendsettend?’

Aan de gebruiker ligt het niet, denkt hij. ‘Bedrijven willen zich vanwege het belang van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) heel graag huisvesten in een duurzaam bedrijfspand. Maar toch gebeurt dat maar mondjesmaat.’ De oorzaak ligt volgens hem in de traditionele denkwijze in de bouwwereld. ’Vastgoedontwikkelaars en beleggers focussen zich nog te veel op het gewin op de korte termijn. Ze ontwikkelen en bouwen een project, cashen het geld en weg zijn ze. Op naar het volgende project. Een gemiste kans. Kennelijk zien ze nog niet in dat duurzaam bouwen loont, ook voor henzelf.’  

Xella partner van ICDuBo

Xella Nederland is partner van het Innovatie Centrum Duurzaam Bouwen (ICDuBo). Binnenkort verrijst er een eigen expositiestand. Volgens directeur Maurice van der Meer mogen producenten zoals Xella nog meer tonen hoe duurzaam ze zijn. Daarnaast doen ze er verstandig aan niet alleen aandacht te besteden aan producten, maar ook na te denken over integrale duurzame bouwconcepten. ’Want je kunt natuurlijk schreeuwen dat je product duurzaam is, tot uitdrukking komt dat pas in het totaalplaatje. Je kunt een prachtige, uitstekend isolerende wand optrekken en daar een net zo isolerend dak op leggen, maar als die twee niet goed op elkaar aansluiten, lekt er tóch warmte weg. Dat kun je voorkomen door al in een vroeg stadium na te denken over totaalconcepten. Het ICDuBo kan daarbij adviseren.’ 

Toekomstwaarde
Volgens Van der Meer moet er daarom een omslag komen van investerings- naar exploitatiegericht ontwikkelen. Dat wil zeggen dat opdrachtgevers niet (meer) alleen verantwoordelijk zijn voor het neerzetten van een gebouw, maar ook voor beheer en onderhoud. ‘Dat stimuleert opdrachtgevers te kiezen voor duurzame oplossingen. Een gebouw kost immers het meest tijdens de gebruiksfase, met name als gevolg van de energievraag. Kun je die vraag omlaag brengen, bijvoorbeeld door het aanbrengen van zonnepanelen, het aanleggen van warmte-koudeopslag en door optimale isolatie, dan betekent dat veel lagere kosten terwijl het comfort voor gebruikers vaak ook nog beter is. En het milieu vaart er wel bij.’

Een ander uitvloeisel van exploitatiegericht ontwikkelen is dat gebouwen zó worden ontworpen dat ze eenvoudig kunnen worden aangepast aan de wensen van nieuwe gebruikers. ‘Zo behoudt een bouwwerk over een lange periode zijn waarde, zowel in geld als in aantrekkingskracht’, aldus Van der Meer. ‘Helaas hebben ontwikkelaars nog te weinig oog voor die toekomstwaarde.’  

Maurice van der Meer: ‘Opdrachtgevers willen verleid worden met totaaloplossingen’

Niet sexy

Juist daarom is het belangrijk dat de voordelen van duurzaam bouwen beter worden belicht. ’Het probleem is dat duurzaam bouwen nog altijd geen sexy imago heeft. Het is moeilijk te verkopen aan de vastgoedsector. Duurzaam bouwen is gebaat bij een eyecatcher, een succesvol voorbeeldproject. De watertoren in Bussum, het project van Michiel Haas van NIBE, vind ik een mooi voorbeeld. En zo zijn er meer.’ Van der Meer ziet ook een belangrijke rol weggelegd voor ’zijn’ ICDuBo. ’Een opdrachtgever overtuig je niet met technische details. Die wil, zoals hier, verleid worden met totaaloplossingen. Hij wil zíén wat er mogelijk is. En liefst ook nog hoe gemakkelijk het kan.’

 

Een andere oorzaak voor de afwachtende houding van architecten, opdrachtgevers, ontwikkelaars en financiers is de houdgreep waarin zij elkaar hebben. Van der Meer: ‘Het probleem is dat ze naar elkaar wijzen. De opdrachtgever zegt dat de gebruiker niet zit te wachten op een duurzaam gebouwd pand, terwijl de gebruiker denkt dat de opdrachtgever er de extra investering – als die er al is - niet voor over heeft. Zo blijven we gevangen in een ‘circle of blame’. Terwijl duurzaam bouwen juist allerlei kansen biedt en we daar heel makkelijk een ‘circle of opportunity’ van kunnen maken.’ Overheden, banken en andere financiers hebben volgens hem de sleutel in handen door duurzame bouwoplossingen bijvoorbeeld via een leaseconstructie te financieren. ‘Als dergelijke partijen het voortouw nemen, en ik vind dat ze dat zouden moeten doen, kunnen zij de aanjager zijn die de rest van de bouwwereld in beweging krijgt. Dat zou een mooie ontwikkeling zijn.’  

xellamagazine.nl