op koers of op ramkoers richting 2020?

STELLING 1

Nieuwbouw

Belgische architecten en aannemers maken zich zorgen over de betaalbaarheid van de energieneutrale ambities. De kostprijs van energieneutrale nieuwbouwwoningen zou door het plafond schieten omdat de meerprijs al snel 15.000 tot 25.000 euro bedraagt. Is energieneutrale nieuwbouw in deze tijden wel betaalbaar? En komt het doel om in 2020 alleen nog energie­neutrale woningen te bouwen daardoor in gevaar?

Rondetafelgesprek energieneutraal bouwen en renoveren

op koers of op ramkoers richting 2020?

Europese wetgeving bepaalt dat nieuwe gebouwen per 31 december 2020 vrijwel energieneutraal moeten zijn. Daarnaast hebben de overheid, de bouwsector en energiebedrijven afgesproken jaarlijks minimaal 300.000 bestaande woningen op te waarderen naar energielabel B. Met nog ongeveer acht jaar te gaan, krijgen deze 2020-doelen steeds meer urgentie. Maar voelt de sector die ook, of is die alleen bezig te overleven? En kan de bouw de ambities onder de huidige marktomstandigheden waarmaken? Deskundigen uit de bouw bogen zich over deze vragen tijdens het Rondetafelgesprek 2020, geïnitieerd door Xella Nederland.

MARJET RUTTEN: ‘Energieneutrale nieuwbouw is niet onbetaalbaar. De bouwkosten zijn de afgelopen jaren juist enorm gedaald. Vijf jaar geleden bedroegen de kosten voor een tussenwoning 150.000 euro, nu is dat nog maar 80.000 euro. De terug­verdientijd is dus veel korter geworden.’

JAQUES VAN DEN REEK: ‘Dat komt natuurlijk ook door de voortschrijdende techniek. Een aantal jaren geleden bijvoorbeeld betaalde je voor een eengezinswoning met zonnepanelen zeker 15.000 tot 20.000 euro extra. Die kosten zijn nu, inclusief de installatie, nog maar zo’n 8.000 euro. Installaties zijn overigens secundair bij energie­neutraal bouwen. Een goede schil vormt de basis.’

MARIA MOLENAAR: ‘Of we in 2020 alleen nog energieneutraal bouwen is eigenlijk een non-discussie. We bouwen een energieneutrale woning nu al voor 200.000 euro. Dat noem ik niet onbetaalbaar.’

JAQUES VAN DEN REEK: ‘Het doel is haalbaar, maar de financiering vormt wel een struikelblok. Banken financieren eerder een tradi­tionele woning dan een energiezuinige woning, puur omdat de aankoopprijs en daarmee de financieringslast van een traditioneel huis lager is. De bank vergeet echter dat die woning tijdens gebruik veel duurder is dan een energiezuinige woning en de werkelijke woonlasten dus hoger zijn.’

MARIA MOLENAAR: ‘Datzelfde probleem zie ik ook bij de bestaande woningen die wij
verkopen. Omdat deze woningen vaak niet voldoende duurzaam zijn, moet er bijvoorbeeld een HR-ketel in worden geplaatst. Kopers die hier geen geld voor hebben, krijgen er geen financiering voor. In die gevallen plaatsen wij de ketel en zetten de kosten bovenop de verkoopprijs. Het vreemde is dat kopers voor de hogere koopprijs wél financiering krijgen. Dat is de omgekeerde wereld.’

HERMAN EIJDEMS: ‘Als we banken willen overtuigen, moeten we exact aantonen hoeveel energie een bewoner in een energieneutrale woning bespaart. Als je geloofwaardig kunt aantonen dat dat 200 euro per jaar bespaart, dan krijg je banken heus zover dat ze er in investeren.’

STELLING 2

Bestaande bouw

Corporaties mogen pas renoveren als 70 procent van de huurders met een voorgenomen project instemt. In de vrije sector staan kopers en huurders nog niet echt te springen om te investeren in energiebesparende maatregelen. Is het doel jaarlijks minimaal 300.000 woningen op te waarderen naar energielabel B wel haalbaar?

MARIA MOLENAAR: ‘Jazeker, wij gaan het 2020-doel voor de bestaande bouw halen. Maar de 70-procentregel maakt dat het wel moeizaam gaat. Het kost veel tijd om huurders te overtuigen van de voordelen van energiebesparing. En bij VVE’s is dit nog een grotere uitdaging, want die moeten mee investeren.’

HERMAN EIJDEMS: ‘We waren goed op weg om bewoners te overtuigen van de voordelen van energiebesparing. Maar door de problemen met balansventilatie in Amersfoort en recent nog rondom de zonnepanelen en pur-isolatie, heeft dat vertrouwen een flinke deuk opgelopen. Door kwaliteitsborging en certificering moeten we dit vertrouwen terugwinnen.’

MARJET RUTTEN: ‘Als we het vertrouwen willen winnen, dan moeten we het bewoners makkelijk maken. Je moet ze niet vermoeien met allerlei installatietechnische oplossingen zoals we nu nog vaak doen. Ze willen wel betalen voor energie maar er niet de verantwoordelijkheid voor dragen.’

FRANK GROOTENBOER: ‘Energiebedrijven spelen steeds meer in op deze behoefte. Er worden al woningen gebouwd waarin de installaties hún eigendom zijn. De bewoners hoeven dus niet te investeren in de installaties en betalen alleen voor het gebruik.’

PETER VAN DER HAVE: ‘We moeten niet vergeten dat energiebesparing alléén de meeste eigenaar-bewoners niet over de streep trekt. Zij willen wél investeren in comfort en uitstraling van hun woning. Daarom bieden wij mogelijkheden voor comfortverbetering in combinatie met esthetische maatregelen die ook nog eens energiebesparend zijn. Nieuwbouwwoningen zijn al zeer goed geïsoleerd. Onze ervaring is dat kopers sporadisch een aanvullend duurzaamheidspakket kiezen.’

RUDY UYTENHAAK: ‘De bestaande woningvoorraad, waarvan de helft na de oorlog is gebouwd, is cruciaal als het gaat om terugdringen van het energieverbruik. Tegelijk denk ik dat investeren in energiebesparing maar voor een klein gedeelte van deze woningen loont. Naast de energie­prestatie bepalen namelijk onder meer locatie, uitstraling en sociale cohesie of de woning lang bewoond blijft en dus of de investering zich terugverdient. Niet elke woning heeft het in zich om een oldtimer te worden.’ 

STELLING 3

Energieprestatie

Van de nieuwbouwwoningen voldoet 35 procent niet aan de EPC-eis, blijkt uit een doormeting van 88 woningen in 2012 door het Servicepunt Duurzame Energie. Een belangrijke oorzaak is dat aannemers soms bouwproducten met afwijkende prestaties inkopen of dat de oplossingen niet of niet goed worden uitgevoerd. Is de gemiddelde aannemer wel in staat in de praktijk een EPC van (bijna) nul te realiseren?

FRANK GROOTENBOER: ‘Er zijn aannemers die bestaande woningen renoveren tot Passiefhuizen met een verbruik van 25 kWh/m2, extreem laag. Ik vraag me werkelijk af of de gemiddelde aannemer hier momenteel toe in staat is.’

MARJET RUTTEN: ‘Ik vrees dat ik het met Frank eens ben, maar we moeten onderscheid maken tussen uitvoering en ontwerp. De meeste aannemers kunnen een energieneutraal concept goed uitvoeren. Maar als ze het zelf moeten bedenken wordt het een lastig verhaal. Dan ontbreekt vaak integrale kennis.’

JACQUES VAN DEN REEK: ‘Ik denk dat een integrale oplossing ook niet van de aannemer moet komen, maar van het gehele bouwteam, inclusief architect en adviseurs. Qua uitvoering is het eenvoudig: als wij geen concessies hoeven doen aan de materialen en zorgen dat de detaillering klopt, dan kunnen wij de gewenste prestatie halen. Aannemers die dat niet kunnen, vallen vanzelf af.’

HERMAN EIJDEMS: ‘Uiteindelijk is de opdrachtgever verantwoordelijk voor de gerealiseerde energieprestatie van de woning. Opdrachtgevers nemen veel te vaak genoegen met een ondermaatse gebouwkwaliteit, terwijl ze juist die kwaliteit moeten eisen en laten controleren.’

JOS COX: ‘Vergeet ook de bewoner niet. Je kunt hem een energieneutrale woning ter beschikking stellen, maar als hij bij wijze van spreken de ramen in de winter open zet, zal de werkelijke prestatie veel lager zijn dan berekend. Het is dus te makkelijk om met de vinger naar de aannemer te wijzen.’

BIRGIT DULSKI: ‘Toch is dat soms wel terecht. Ik heb meegemaakt dat een aannemer een goedkoper ventilatiesysteem had geplaatst, waardoor de EPC tijdens een controle te hoog uitviel. Als je dit soort situaties wilt voorkomen, moeten we vóór en tijdens de bouw meer controleren in plaats van alleen op papier.’

PETER VAN DER HAVE: ‘Door alle opties die we de koper bieden, is de kans aanwezig dat de EPC in werkelijkheid niet klopt. Er zijn bijvoorbeeld maar weinig aannemers die voor iedere optionele dakkapel een EPC-berekening laten maken. Doen ze dat wel, dan moeten ze bij wijze van spreken een dure zonneboiler plaatsen om alsnog de vereiste energieprestatie te halen. Je moet in zo’n geval niet raar opkijken als de koper achteraf zelf een dakkapel plaatst, met concessies aan de energiezuinigheid tot gevolg.’ 

STELLING 4

Materiaal en energie

Opdrachtgevers en architecten kunnen alleen energieneutrale gebouwen (laten) ontwerpen als de toeleverende industrie hen innovatieve energiezuinige ‘bouwstenen’ biedt. Zijn die bouwstenen voldoende beschikbaar in de praktijk? En wat is er op dat gebied nog te winnen? 

PETER VAN DER HAVE: ‘Er zijn heel veel goede producten op de markt. Wij hebben ervaren dat de industrie bereid is mee te denken. Maar je moet het samen met leveranciers haalbaar maken. Zeg niet ‘jij moet isolatie leveren voor een energieneutrale woning’ - is te abstract. Begin vanuit de bekende nieuwbouwnormen en met bewezen producten en zorg dat je die samen optimaliseert tot energieneutrale toepassingen.’

JOS COX: ‘Energieneutraal bouwen verandert het bouwen radicaal. Het vraagt om nieuwe producten en oplossingen. Ons doel is 20 procent van de omzet te genereren met innovatieve producten. Wij zetten vooral in op bouwsystemen die de aannemer ontzorgen. Deze bouwsystemen zijn eenvoudig te monteren, te combineren met bijvoorbeeld leidingen en makkelijk afwerkbaar.’

FRANK GROOTENBOER: ‘Als we aannemers willen ontzorgen, zoals Jos Cox al zei, moeten we ook de mate van duurzaamheid objectief beoordelen. Ik juich duurzaamheidskeurmerken zoals Greenworks en Dubokeur van NIBE dan ook toe.’

RUDY UYTENHAAK: ‘Materialen zijn belangrijk als het gaat om energiebesparing. Maar die rol moeten we niet overschatten. Zodra we een woning namelijk verwarmen met duurzame energie is energiebesparing, en daarmee de rol van materialen, veel minder belangrijk.’

HERMAN EIJDEMS: ‘Tot op zekere hoogte heb je gelijk. Maar ook duurzame energie is schaars. We kunnen niet overal windmolens of zonnepanelen plaatsen, dus zuinig omgaan met energie –ook met duurzame - is belangrijk. Goede producten en materialen blijven een grote rol spelen, maar deze kunnen, door bijvoorbeeld terugname en hergebruik, duurzaam beschikbaar blijven.’

RUDY UYTENHAAK: ‘Duurzame energie is op dit moment schaars omdat het rendement van duurzame energieproductie laag is. Als we de energie-efficiënte kunnen verhogen, neemt het aanbod duurzame energie toe. Maar daarvoor is productontwikkeling nodig.’ 

xellamagazine.nl