Peter Fraanje (50), is sinds 1 januari 2012 directeur van het Nederlands Verbond Toelevering Bouw (NVTB). Het NVTB is de belangenorganisatie van producenten en leveranciers van bouwgrondstoffen, bouwmaterialen en bouwelementen. Hiervoor was hij werkzaam bij Bouwend Nederland als senior-beleidsmedewerker Duurzame Innovatie. Fraanje is lid van de jury van de Bouwkennis Marketing Jaarprijs, bestuurslid van VIBA Expo en commissaris bij de coöperatieve bouwvereniging Q. Eerder werkte Peter Fraanje bij TNO en de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1998 promoveerde op het duurzaam gebruik van bouwmaterialen. Fraanje is zoon van een aannemer en auteur van de publicaties Duurzame Businesscases; 21 groene marktkansen voor de bouw (2011), Van Aannemen naar Ondernemen (2008) en Natuurlijk Bouwen met Hout (1999).

‘Toeleveranciers gaan veel verder dan het nieuwe Bouwbesluit’

Interview Peter Fraanje, directeur NVTB

‘Toeleveranciers gaan veel verder dan het nieuwe Bouwbesluit’

Het heeft even geduurd maar sinds 1 april is het nieuwe Bouwbesluit 2012 dan echt van kracht. In het nieuwe Bouwbesluit zijn het oude Bouw­besluit uit 2003, het Gebruikbesluit en andere regelingen samengevoegd tot één document, met als doel: eenduidiger, begrijpelijker en beter leesbare bouwregelgeving. Maar is dat gelukt? Dat vragen we aan Peter Fraanje, directeur van het Nederlands Verbond Toelevering Bouw (NVTB). En wat betekent het nieuwe Bouwbesluit voor toeleveranciers?

Wat is er gewijzigd ten opzichte van het Bouwbesluit 2003?
‘Het nieuwe bouwbesluit gaat voor het eerst niet alleen over nieuwbouw, maar ook over verbouw en sloop. Ook zijn er nu regels voor infrastructurele bouwwerken zoals wegen en tunnels. Bovendien is het Gebruiksbesluit, waarin regels over brandveiligheid staan, geïntegreerd met het Bouwbesluit. En niet onbelangrijk: het herbestemmen van leegstaande kantoorpanden is expliciet opgenomen in het Bouwbesluit en is daardoor wat eenvoudiger.’

Het nieuwe Bouwbesluit zou eenduidiger, begrijpelijker en beter leesbaar moeten zijn. Is dat gelukt?
‘Laat ik zeggen dat het een stuk toegankelijker is geworden. Toch zal het nooit een boek worden voor op het nachtkastje, want het is en blijft een techneutenverhaal. Als je denkt dat je specialist bent, dan moet je voor de aardigheid eens het Bouwbesluit lezen. Je voelt je meteen weer een generalist, zó technisch is het. En wat leesbaarheid betreft: de inhoudsopgave zit achterin en het document begint met een begrippenlijst, dus ook op dat gebied kan het nog een stuk beter.’


‘Het Bouwbesluit is niet in beton gegoten; het is een levend document.’

Is het NVTB tevreden met het nieuwe Bouwbesluit?
‘Jazeker, het is goed te bedenken dat we zonder nationaal Bouwbesluit zouden zijn overgeleverd aan gemeentelijke bouwverordeningen. Als je bedenkt dat er meer dan 400 (!) gemeenten zijn. Het Bouwbesluit zorgt voor een gelijk speelveld in een markt waar helaas de laagste prijs nog steeds de belangrijkste factor is waarop opdracht wordt verleend. Bijzonder en goed aan het Nederlandse Bouwbesluit is dat het draait om prestaties; het schrijft niet voor welke producten je moet gebruiken. Dit stimu­leert innovatie. Ten slotte is het van belang te beseffen dat het Bouwbesluit een set is van minimale eisen aan bouwwerken, bedoeld om te waarborgen dat ze veilig, gezond, duurzaam en bruikbaar zijn. Onze toeleveranciers leveren producten en concepten van hoge kwaliteit die vaak veel verder gaan dan wat in het Bouwbesluit vereist wordt. Denk bijvoorbeeld aan energieneutrale gebouwen met een zeer goede isolatiewaarde van gevel, vloer en wand.’

Niets op aan te merken dus?
‘Natuurlijk blijven er altijd wensen over. Een voorbeeld daarvan is onze lobby voor een Rc-waarde van 5. Die moet absoluut verder omhoog als we in 2020 daadwerkelijk energieneutraal willen bouwen.’

Maar in het nieuwe Bouwbesluit is de Rc-waarde ‘slechts’ 3,5 m2 K/W.
‘Klopt, onze inzet is Rc=5 en een meerderheid in de Tweede Kamer is het met ons eens. Minister Spies van BZK staat er ook welwillend tegenover, maar zij laat eerst een onderzoek doen naar de kosteneffectiviteit van een verhoging naar Rc=5. Het NVTB verwacht dat de Rc-waarde op 1 januari 2013 naar 5 gaat. Uit tal van praktijkprojecten blijkt dat investeren in een goed geïsoleerde schil op één staat waar het gaat om kosteneffectiviteit. We adviseren onze leden daarom om hierop voor te sorteren, bijvoorbeeld door architecten te voorzien van bouwkundige details die een hoge Rc-waarde opleveren of aannemers voor te lichten over goed isolerende gevels, vloeren en daken. Veel van onze leden, waaronder Xella, doen dat overigens allang.’

‘Zonder het Bouwbesluit waren we nu overgeleverd aan gemeentelijke bouwverordeningen.’

Wat heeft het NVTB nog meer binnengehaald’ voor zijn leden?
‘Vanaf 1 juli wordt de Energie Prestatie Gebouwen (EPG) van kracht, die samenhangt met het Bouwbesluit. De EPG, voorheen EPN, is een berekeningsmethode voor de mate van energiezuinigheid van een gebouw die wordt uitgedrukt in de EPC (Energieprestatiecoëfficiënt). De EPN-norm stond bekend als een ‘installatienorm’ omdat het aandeel van installaties nogal bepalend was in de EPN. Dit heeft ertoe geleid dat de werkelijke energieprestaties en wat er op papier was berekend, ver uiteen lopen. In de nieuwe EPG-norm is mede door onze lobby, een groter aandeel weggelegd voor de isolatie van de gebouwschil. Wij willen namelijk robuuste woningen leveren. Woningen die dankzij onze bouwmaterialen zo goed zijn geïsoleerd dat ze zo min mogelijk energie verbruiken voor verwarming en koeling. Woningen die van zichzelf een comfortabel binnenklimaat hebben, óók als de stroom uitvalt. Zulke woningen zijn niet alleen comfortabel en energiezuinig maar behouden ook hun waarde.’

Een ander onderdeel van het Bouwbesluit is de milieuprestatie van gebouwen, die ingaat op 1 januari 2013. Wat regelt deze prestatienorm precies?
‘Zoals de EPG er is om de energieprestatie van bouwwerken te meten en te vergelijken, zo is de MPG een bepalingsmethode om de milieuprestaties van een gebouw of bouwwerk gedurende de hele levenscyclus te bepalen. Het gaat dan met name om het materiaalgebruik en de impact die dit heeft op de CO2-uitstoot en de uitputting van grondstoffen (zie artikel 5.9 van het Bouwbesluit, red.) NVTB werkt hier actief aan mee, samen met de stichting MRPI (Milieu Relevante Product Informatie). We zijn voorstander van deze norm omdat die ook in dit geval zorgt voor een gelijk speelveld voor wat betreft het vergelijken van milieuprestaties van gebouwen. Via onze AMK-werkgroep leveren we een belangrijke bijdrage aan de totstand­koming van deze norm.’ 

xellamagazine.nl